|
802.11a |
Een IEEE-standaard voor draadloos netwerkgebruik met een maximale gegevensoverdrachtsnelheid van 54 Mbps en een bedrijfsfrequentie van 5 GHz. |
|
802.11b |
Een IEEE-standaard voor draadloos netwerkgebruik met een maximale gegevensoverdrachtsnelheid van 11 Mbps en een bedrijfsfrequentie van 2,4 GHz. |
|
802.11g |
Een IEEE-standaard voor draadloos netwerkgebruik die een maximale gegevensoverdrachtsnelheid van 54 Mbps, een bedrijfsfrequentie van 2,4 GHz en achterwaartse compatibiliteit met 802.11b-apparaten biedt. |
|
802.11n |
Een IEEE-standaard voor draadloos netwerkgebruik die de netwerkdoorvoer significant verbetert ten opzichte van vorige standaarden en die achterwaarts compatibel is met 802.11b- en 802.11g-apparaten. 802.11n gebruikt meerdere ontvangers en zenders, een technologie die bekendstaat als MIMO (Multiple Input, Multiple Output). |
|
Access Point |
Een apparaat waarmee computers met draadloze apparatuur en andere apparatuur met een bekabeld netwerk kunnen communiceren. Wordt ook gebruikt om het bereik van een draadloos netwerk te vergroten. |
|
Adapter |
Een apparaat dat uw pc of een ander apparaat, zoals een printserver, van netwerkfunctionaliteit voorziet. |
|
Ad-hoc |
Een groep draadloze apparaten die rechtstreeks met elkaar communiceren (peer-to-peer) zonder een access point te gebruiken. |
|
AES (Advanced Encryption Standard) |
Een versleutelingsmethode die deze sleutelgrootten ondersteunt: 128-bits, 192-bits en 256-bits. |
|
Backbone |
Het gedeelte van een netwerk dat de meeste systemen en netwerken met elkaar verbindt en de meeste gegevens verwerkt. |
|
Bandbreedte |
De transmissiecapaciteit van een bepaald apparaat of netwerk. |
|
Bakeninterval |
Gegevens die over uw draadloze netwerk worden verzonden om ervoor te zorgen dat het netwerk gesynchroniseerd blijft. |
|
Bit (binair cijfer) |
De kleinste informatie-eenheid op een machine. |
|
Opstarten |
Een apparaat opstarten zodat het instructies gaat uitvoeren. |
|
Brug |
Een apparaat dat twee verschillende soorten lokale netwerken met elkaar verbindt, zoals een draadloos netwerk met een bekabeld Ethernetnetwerk. |
|
Breedband |
Een altijd actieve en snelle internetverbinding. |
|
Browser |
Een toepassingsprogramma voor het bekijken van en interactief werken met alle informatie die op internet beschikbaar is. |
|
Buffer |
Een gedeeld of toegewezen geheugengebied dat wordt gebruikt voor het ondersteunen en coördineren van verschillende computeractiviteiten en netwerkactiviteiten zodat deze elkaars werking niet verstoren. |
|
Byte |
Een gegevenseenheid die meestal uit 8 bits bestaat. |
|
Cable Modem |
Een apparaat waarmee een computer met het kabeltelevisienetwerk wordt verbonden, dat zelf weer met internet is verbonden. |
|
CSMA/CA(Carrier Sense Multiple Access/Collision Avoidance) |
Een apparaat waarmee een computer met het kabeltelevisienetwerk wordt verbonden, dat zelf weer met internet is verbonden. |
|
CTS (Clear To Send) |
Een signaal dat door een apparaat wordt verzonden om aan te geven dat het apparaat gereed is voor het ontvangen van gegevens. |
|
Daisy Chain |
Een methode voor het in serie schakelen van apparaten. |
|
Database |
Een verzameling gegevens die zodanig zijn geordend dat deze op eenvoudige wijze toegankelijk zijn en gemakkelijk kunnen worden beheerd en bijgewerkt. |
|
DDNS (Dynamic Domain Name System) |
Hiermee is het mogelijk als host te fungeren voor een website, FTP-server of e-mailserver met een vaste domeinnaam (bijv. www.xyz.com) en een dynamisch IP-adres. |
|
Standaardgateway |
Een apparaat waarmee internetverkeer vanaf het lokale netwerk wordt doorgestuurd. |
|
DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) |
Een protocol waarmee één apparaat op een lokaal netwerk (de DHCP-server) tijdelijke IP-adressen kan toewijzen aan andere netwerkapparaten (doorgaans computers). |
|
DMZ (Demilitarized Zone) |
Hiermee wordt de firewallbescherming van de router van een computer verwijderd, waardoor de computer 'zichtbaar' is vanaf internet. |
|
DNS (Domain Name Server) |
Het IP-adres van de server van uw internetprovider, die de namen van websites omzet in IP-adressen. |
|
Domein |
Een specifieke naam voor een computernetwerk. |
|
Download |
Het ontvangen van een bestand dat via een netwerk wordt verzonden. |
|
DSL (Digital Subscriber Line) |
Een altijd actieve breedbandverbinding over traditionele telefoonlijnen. |
|
DSSS (Direct-Sequence Spread-Spectrum) |
Frequentietransmissie met een redundant bitpatroon dat resulteert in een geringere kans op gegevensverlies bij de verzending. |
|
DTIM (Delivery Traffic Indication Message) |
Een bericht dat wordt meegezonden met gegevenspakketten om de efficiëntie van draadloos netwerkgebruik te vergroten. |
|
Dual Band |
Met dual-band-technologie kan tegelijkertijd in de 2,4- en 5-GHz radiobanden worden gewerkt, waardoor interferentie tot een minimum wordt beperkt. U kunt in één radioband werken of in beide radiobanden tegelijkertijd, waardoor de beschikbare draadloze bandbreedte en de netwerkcapaciteit worden verdubbeld. |
|
Dynamic IP Address |
Een tijdelijk IP-adres dat wordt toegewezen door een DHCP-server. |
|
EAP (Extensible Authentication Protocol) |
Een algemeen verificatieprotocol dat wordt gebruikt voor het regelen van netwerktoegang. Veel specifieke verificatiemethoden werken binnen dit kader. |
|
EAP-PEAP (Extensible Authentication Protocol-Protected Extensible Authentication Protocol) |
Een wederzijdse verificatiemethode waarbij een combinatie van digitale certificaten en een ander systeem, bijvoorbeeld wachtwoorden, wordt gebruikt. |
|
EAP-TLS (Extensible Authentication Protocol-Transport Layer Security) |
Een wederzijdse verificatiemethode waarbij digitale certificaten worden gebruikt. |
|
Encryption |
Versleuteling is het manipuleren van gegevens om te voorkomen dat buitenstaanders de gegevens juist kunnen interpreteren. |
|
Entertainment Optimized Networking |
Een technologie die netwerkverkeer voorrang geeft, zodat tijdgevoelige toepassingen zoals HD-video soepel streamen. Ook wel Media Optimized Networking genoemd. |
|
Ethernet |
Netwerkprotocol volgens de IEEE-standaard waarin is vastgelegd hoe gegevens op een algemeen transmissiemedium worden geplaatst en ervan worden opgehaald. |
|
Finger |
Een programma dat u de naam geeft die bij een bepaald e-mailadres hoort. |
|
Firewall |
Een firewall is een beveiligingsschema dat onrechtmatige gebruikers toegang tot een computernetwerk ontzegt of informatieoverdracht van en naar het netwerk bewaakt. |
|
Firmware |
De programmeercode waarmee een netwerkapparaat wordt uitgevoerd. |
|
Fragmentation |
Het opdelen van een pakket in kleinere eenheden bij verzending via een netwerkmedium dat het oorspronkelijke pakketformaat niet ondersteunt. |
|
FTP (File Transfer Protocol) |
Een standaardprotocol dat wordt gebruikt voor bestandsoverdracht over een TCP/IP-netwerk en internet. |
|
Full Duplex |
De mogelijkheid om met een netwerkapparaat gelijktijdig gegevens te ontvangen en te verzenden. |
|
Gateway |
Een apparaat waarmee netwerken met verschillende, niet-compatibele communicatieprotocollen met elkaar worden verbonden. |
|
Half Duplex |
Transmissie waarbij de gegevens in twee richtingen over een lijn kunnen worden verzonden, maar slechts in één richting tegelijkertijd. |
|
Hardware |
Het fysieke aspect van computers, telecommunicatie en andere apparaten op het gebied van informatietechnologie. |
|
Hacker |
Een informele term voor een computerfanaat. Verwijst ook naar personen die zich zonder toestemming toegang verschaffen tot computersystemen met als doel gegevens te stelen en te beschadigen. |
|
HTTP (HyperText Transport Protocol) |
Het communicatieprotocol dat wordt gebruikt om verbinding te maken met servers op internet. |
|
Hybrid Dual Band |
Hybride Dual Band-apparaten werken met Wireless-G in de ene radioband en Wireless-N in de andere radioband. |
|
IEEE (The Institute of Electrical and Electronics Engineers) |
Een onafhankelijk instituut dat netwerkstandaarden ontwikkelt. |
|
Infrastructure |
Momenteel geïnstalleerde computer- en netwerkapparatuur. |
|
Infrastructuurmodus |
Een draadloos netwerk dat via een access point als brug met een bekabeld netwerk is verbonden. |
|
IP (Internet Protocol) |
Een protocol dat wordt gebruikt voor het verzenden van gegevens via een netwerk. |
|
IP-adres |
Het adres dat wordt gebruikt om een computer of apparaat in een netwerk te identificeren. |
|
IPCONFIG |
Een hulpprogramma in Windows 2000 en XP dat het IP-adres voor een bepaald netwerkapparaat weergeeft. |
|
IPSec (Internet Protocol Security) |
Een VPN-protocol waarmee een veilige uitwisseling van pakketten op de IP-laag kan worden gegarandeerd. |
|
ISM band |
Radiobandbreedte die wordt gebruikt bij draadloze transmissies. |
|
ISP (Internet Service Provider) |
Een bedrijf dat toegang biedt tot internet. |
|
LAN (Local Area Network) |
De computers en netwerkproducten waaruit het netwerk in uw huis of kantoor bestaat. |
|
LEAP (Lightweight Extensible Authentication Protocol) |
Een wederzijdse verificatiemethode waarbij een gebruikersnaam en een wachtwoord worden gebruikt. |
|
LELA (Linksys EasyLink Advisor) |
LELA is een toepassing waarmee u op eenvoudige wijze uw netwerk kunt configureren, bewaken, beheren en herstellen. |
|
MAC (Media Access Control) Address |
Een MAC-adres is het hardwareadres van een apparaat dat op een gedeeld netwerkmedium is aangesloten. |
|
Mac OS X |
Het door Apple ontwikkelde computerbesturingssysteem dat op alle Macintosh-computers wordt gebruikt. |
|
Mbps (Megabits Per Second) |
Een miljoen bits per seconde; een meeteenheid voor gegevenstransmissie. |
|
Media Extender |
Een Media Extender streamt opgeslagen digitale mediabestanden (video's, muziek, foto's) vanaf de computer naar een apparaat voor home-entertainment, zoals een TV, stereo-installatie of thuisbioscoopsysteem. |
|
Media Hub |
Een apparaat dat digitale media-inhoud ontvangt (voornamelijk digitale muziekcollecties) die vanaf een computer naar een stereo-installatie of thuisbioscoopsysteem wordt gestreamd. |
|
Media Optimized Networking |
Een technologie die netwerkverkeer voorrang geeft, zodat tijdgevoelige toepassingen zoals HD-video soepel streamen. Ook wel Entertainment Optimized Networking genoemd. |
|
Media Server |
Een mediaserver is een computer of hardwareapparaat waarop digitale mediabestanden zoals video's, muziek en foto's kunnen worden opgeslagen en gedeeld. |
|
MIMO |
MIMO, of Multiple-Input en Multiple-Output, is een radiotechnologie die gebruikmaakt van meerdere antennes op de zender en ontvanger om het bereik en de prestaties te verbeteren. |
|
mIRC |
Een Internet Relay-chatprogramma dat wordt uitgevoerd onder Windows. |
|
Multicasting |
Het verzenden van gegevens naar een groep bestemmingen tegelijk. |
|
NAT (Network Address Translation) |
De NAT-technologie zet IP-adressen van een lokaal netwerk om in een ander IP-adres voor internet. |
|
NAT (Network Address Translation) Traversal |
Een methode waarmee gespecialiseerde toepassingen, zoals internettelefonie, video en audio, kunnen worden verplaatst tussen uw lokale netwerk en internet. STUN is een specifiek soort NAT Traversal. |
|
Network |
Een reeks computers of apparaten die met elkaar zijn verbonden met als doel het delen, opslaan en/of verzenden van gegevens tussen gebruikers. |
|
Network Attached Storage (NAS) |
Gegevensopslagtechnologie die rechtstreeks op een computernetwerk kan worden aangesloten voor centrale gegevenstoegang en -opslag op netwerkclients. |
|
Network Storage System (NSS) |
Een netwerkopslagsysteem zorgt voor een toegankelijke en efficiënte manier om gegevens te ordenen en op te slaan. Ideaal voor gegevensopslag, back-ups, en het delen en archiveren van belangrijke bestanden. |
|
NNTP (Network News Transfer Protocol) |
Met dit protocol wordt verbinding gemaakt met Usenet-groepen op internet. |
|
Node |
Een vertakking of verbindingspunt in een netwerk. Meestal is dit een computer of werkstation. |
|
OFDM (Orthogonal Frequency Division Multiplexing) |
Frequentietransmissie waarbij de gegevensstroom wordt opgesplitst in een aantal gegevensstromen met een lagere snelheid, die vervolgens parallel worden verzonden om gegevensverlies bij de transmissie te voorkomen. |
|
Packet |
Een gegevenseenheid die over een netwerk wordt verzonden. |
|
Passphrase |
Een wachtzin wordt min of meer als een wachtwoord gebruikt en vereenvoudigt de WEP-versleuteling door automatisch de WEP-versleutelingssleutels voor Linksys-producten te genereren. |
|
PEAP (Protected Extensible Authentication Protocol) |
Een protocol voor het verzenden van verificatiegegevens, waaronder wachtwoorden, via draadloze netwerken (802.11). |
|
Ping (Packet INternet Groper) |
Een internethulpprogramma dat wordt gebruikt om vast te stellen of een bepaald IP-adres online is. |
|
PoE (Power over Ethernet) |
Een technologie waarmee een Ethernetnetwerkkabel tegelijkertijd kan fungeren als gegevenskabel en voedingskabel. |
|
POP3 (Post Office Protocol 3) |
Een standaardprotocol dat wordt gebruikt om e-mail vanaf een mailserver op te halen. |
|
Port |
Het aansluitingspunt op een computer of netwerkapparaat dat wordt gebruikt voor het aansluiten van kabels of adapters. |
|
PPPoE (Point to Point Protocol over Ethernet) |
Een type breedbandverbinding dat naast gegevenstransport ook voorziet in verificatie (gebruikersnaam en wachtwoord). |
|
PPTP (Point-to-Point Tunneling Protocol) |
Een VPN-protocol waarmee het Point to Point Protocol (PPP) kan worden getunneld via een IP-netwerk. Dit protocol wordt in Europa ook gebruikt als een soort breedbandverbinding. |
|
Preamble |
Het gedeelte van het signaal voor draadloze communicatie waarmee netwerkverkeer wordt gesynchroniseerd. |
|
RADIUS (Remote Authentication Dial-In User Service) |
Een protocol waarbij gebruik wordt gemaakt van een verificatieserver om de toegang tot het netwerk te regelen. |
|
RJ-45 (Registered Jack-45) |
Een Ethernetaansluiting die maximaal acht draden kan bevatten. |
|
Roaming |
De mogelijkheid om een draadloos apparaat uit het bereik van een access point binnen het bereik van een ander access point te brengen zonder dat de verbinding wordt verbroken. |
|
Router |
Een netwerkapparaat waarmee meerdere netwerken met elkaar worden verbonden, zoals een lokaal netwerk en internet. |
|
RTP (Real-time Transport Protocol) |
Een protocol waarmee gespecialiseerde toepassingen, zoals internettelefoongesprekken, video en audio, in realtime plaatsvinden. |
|
RTS (Request To Send) |
Een vorm van netwerkgebruik waarbij grote pakketten worden gecoördineerd via de instelling RTS Threshold (RTS-drempel). |
|
Selectable Dual Band |
Selecteerbare Dual Band-apparaten werken in de radioband van 2,4 GHz of 5 GHz, maar niet tegelijkertijd. |
|
Server |
Een computer die in een netwerk wordt gebruikt om gebruikers toegang te verlenen tot bestanden, afdrukservices, communicatieservices en andere services. |
|
Simultaneous Dual-N Band |
De Dual-N Band-technologie voor simultaan verkeer werkt tegelijkertijd met Wireless-N snelheden in de 2,4- en 5 GHz-radiobanden, waardoor de beschikbare draadloze bandbreedte en de netwerkcapaciteit worden verdubbeld. |
|
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) |
Het standaardprotocol voor e-mail op internet. |
|
SNMP (Simple Network Management Protocol) |
Een veelgebruikt protocol voor netwerkbewaking en -besturing. |
|
Software |
Instructies voor de computer. Een reeks instructies waarmee een bepaalde taak wordt uitgevoerd, wordt een programma genoemd. |
|
SOHO (Small Office/Home Office) |
Marktsegment van professionals die thuis of in kleine kantoren werken. |
|
SPI (Stateful Packet Inspection) Firewall |
Een technologie die binnenkomende gegevenspakketten inspecteert voordat deze toegang krijgen tot het netwerk. |
|
Spread Spectrum |
Breedbandradiofrequentietechniek die wordt gebruikt om de transmissie van gegevens betrouwbaarder en veiliger te maken. |
|
SSID (Service Set IDentifier) |
De naam van uw draadloze netwerk. |
|
Static IP Address |
Een vast adres dat aan een op een netwerk aangesloten computer of apparaat wordt toegewezen. |
|
Statische routing |
Het doorsturen van gegevens in een netwerk via een vast pad. |
|
Subnet Mask |
Een adrescode waarmee de grootte van het netwerk wordt bepaald. |
|
Switch |
1. Een apparaat dat het centrale aansluitpunt is voor computers en andere apparaten in een netwerk, zodat gegevens met volledige overdrachtssnelheden kunnen worden gedeeld. |
|
TCP (Transmission Control Protocol) |
Een netwerkprotocol voor het verzenden van gegevens waarbij bevestiging door de ontvanger van de verzonden gegevens is vereist. |
|
TCP/IP (Transmission Control Protocol/Internet Protocol) |
Een netwerkprotocol voor het verzenden van gegevens waarbij bevestiging door de ontvanger van de verzonden gegevens is vereist. |
|
Telnet |
Een gebruikersopdrachtprotocol en TCP/IP-protocol voor toegang tot externe computers. |
|
Doorvoer |
De hoeveelheid gegevens die binnen een bepaalde tijdperiode tussen knooppunten wordt verplaatst. |
|
TFTP (Trivial File Transfer Protocol) |
Een versie van het TCP/IP-FTP-protocol die gebruikmaakt van UDP zonder map- of wachtwoordmogelijkheid. |
|
TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) |
Een draadloos versleutelingsprotocol dat voorziet in dynamische versleutelingssleutels voor ieder verzonden pakket. |
|
TLS (Transport Layer Security) |
Een protocol dat de privacy en gegevensintegriteit garandeert tussen client-servertoepassingen die via internet communiceren. |
|
Topologie |
De fysieke lay-out van een netwerk. |
|
TX Rate |
Overdrachtssnelheid. |
|
UDP (User Datagram Protocol) |
Een netwerkprotocol voor het verzenden van gegevens waarvoor geen bevestiging door de ontvanger van de verzonden gegevens is vereist. |
|
Upgrade |
Bestaande software of firmware vervangen door een nieuwere versie. |
|
Upload |
To transmit a file over a network. |
|
URL (Uniform Resource Locator) |
The address of a file located on the Internet. |
|
VPN (Virtual Private Network) |
A security measure to protect data as it leaves one network and goes to another over the Internet. |
|
WAN (Wide Area Network) |
A group of networked computers in a large geographical area. The best example of a WAN is the Internet. |
|
WEP (Wired Equivalency Privacy) |
WEP is a security protocol for wireless networks. WEP aims to provide security by encrypting data over radio waves so that it is protected as it is transmitted from one end point to another. A shared key (similar to a password) is used to allow communication between the computers and the router. WEP offers a basic, but satisfactory level of security for wireless data transmission. |
|
WINIPCFG |
Windows 98 and Me utility that displays the IP address for a particular networking device. |
|
WLAN (Wireless Local Area Network) |
A group of computers and associated devices that communicate with each other wirelessly. |
|
WPA (Wi-Fi Protected Access) |
Een beveiligingsprotocol dat wordt gebruikt voor draadloze netwerken en op de basisprincipes van WEP voortbouwt. De draadloze gegevensoverdracht wordt beveiligd via een sleutel die overeenkomt met WEP, maar als bijkomend voordeel heeft dat de sleutel dynamisch wijzigt. Omdat de sleutels voortdurend worden gewijzigd, kunnen hackers de sleutels moeilijk decoderen en toegang tot het netwerk krijgen. |
|
WPA2 (Wi-Fi Protected Access 2) |
WPA2 is de tweede generatie WPA-beveiliging en biedt sterkere versleutelingsmogelijkheden via AES (Advanced Encryption Standard), een vereiste voor sommige gebruikers bij de overheid. |
|
WPA-Personal |
Een versie van WPA die lange versleutelingssleutels gebruikt die voortdurend worden gewijzigd zodat ze moeilijk kunnen worden gedecodeerd. |
|
WPA-Enterprise |
Een versie van WPA die dezelfde dynamische sleutels gebruikt als WPA-Personal en waarvoor is vereist dat elk draadloos apparaat wordt geautoriseerd volgens een hoofdlijst die op een speciale verificatieserver is opgeslagen. |